| De oorlog in het midden oosten maakt zaken duidelijk over het risicoprofiel van de drie belangrijkste aanwezigen in de regio: Iran, China en de USA met haar militaire vloot. In dit eerste deel van een mini-reeksje schets ik aspecten van het risicoprofiel van Iran – hun risicoappetijt en risicotolerantie. | In deze tekst geef ik mijn eigen opinie, niet die van enige organisatie. |
Auteur: Manu Steens
Inhoudsopgave
A. Risicotolerantie bij het nastreven van doelstellingen
Sinds de revolutie van 1979 zijn de belangrijkste strategische doelen van Iran grotendeels hetzelfde gebleven. Iran wil de Amerikaanse militaire en politieke invloed in het Midden-Oosten terugdringen, Israël tegenwerken en zijn eigen regionale invloed vergroten. Dat doet het onder meer door sjiitische politieke islam en bondgenoten in de regio te steunen. Die bondgenoten worden vaak samen de ‘As van Verzet’ genoemd. Volgens analyses van de NAVO-parlementaire vergadering behoren deze doelen al lange tijd tot de vaste pijlers van het Iraanse beleid.
Lange tijd probeerde Iran deze doelen vooral te bereiken zonder zelf rechtstreeks in oorlog te gaan. Het gebruikte asymmetrische en relatief goedkope middelen. Dat betekent dat Iran niet altijd met een klassiek leger optreedt, maar optreedt via gewapende groepen en bondgenoten in andere landen. Voorbeelden zijn Hezbollah in Libanon, Hamas in Gaza, de Houthi’s in Jemen en groepen in Irak en Syrië. Zo kon Iran macht uitoefenen in de regio, terwijl het een directe confrontatie met sterkere tegenstanders probeerde te vermijden. De Congressional Research Service omschrijft dit als een kosteneffectieve manier om macht te projecteren, omdat, zo denkt men, Iran op sommige vlakken belangrijke conventionele militaire capaciteiten mist.
De situatie veranderde merkbaar in 2024. In april en oktober van dat jaar voerde Iran directe raketaanvallen uit op Israël, als directe represailles voor specifieke Israëlische liquidaties en aanvallen op Iraanse diplomatieke doelen en bondgenoten. Dat was een duidelijke verhoging van de risicotolerantie. Iran trad niet alleen via bondgenoten op, maar koos voor openlijke militaire actie als staat. Daarmee liet het gedeeltelijk de vroegere strategie los waarbij het via proxies kon ontkennen zelf rechtstreeks betrokken te zijn. Analisten van de Atlantic Council beschreven dit als een stap die Israël hielp om een ‘mentale Rubicon’ te overschrijden: een grens in het denken over directe actie tegen Iran.
B. Comfort met onzekerheid
Iran heeft historisch gezien vaak geopereerd in onduidelijke en onzekere situaties. Het land maakte gebruik van grijze zones: situaties waarin niet altijd duidelijk is wie precies verantwoordelijk is voor een aanval of actie. Door proxynetwerken te gebruiken, kon Iran invloed uitoefenen zonder dat er altijd een directe en ondubbelzinnige toeschrijving aan Teheran mogelijk was. Ook het feit dat de Islamitische Republiek al tientallen jaren heeft overleefd onder sancties, regionale oorlogen en Amerikaanse druk, toont aan dat het regime gewend is geraakt aan onzekerheid en druk.
In 2024 en 2025 kreeg Iran te maken met zware tegenslagen. Hezbollah en Hamas verzwakten, het Syrië van Assad viel weg, en Israël voerde directe aanvallen uit op Iraanse luchtafweer en infrastructuur voor ballistische raketten. Toch lijkt Teheran zijn overleving onder deze druk te zien als een bevestiging dat zijn aanpak werkt. Iran International meldt dat analisten waarschuwen dat Teheran 2025 mogelijk niet als een nederlaag ziet, maar als bewijs dat het ongekende druk kan doorstaan en toch kan doorgaan. Daardoor kon de bereidheid om risico’s te nemen in 2026 toenemen.
Ook rond het nucleaire programma gebruikt Iran al lang strategische onzekerheid. Iran heeft genoeg onduidelijkheid laten bestaan over zijn nucleaire bedoelingen om afschrikking te creëren, zonder formeel een duidelijke grens te overschrijden. Die onduidelijkheid kan tegenstanders doen twijfelen over wat Iran precies kan of wil doen. Volgens de Congressional Research Service lijken de strategische tegenslagen van 2024 het debat binnen Iran over de mogelijke ontwikkeling van kernwapens te hebben verschoven naar een ongekend openlijke discussie over de daadwerkelijke ontwikkeling ervan.
C. Tolerantie voor mogelijke negatieve gevolgen
Iran heeft laten zien dat het een hoge tolerantie heeft voor zware economische en sociale gevolgen wanneer het zijn ideologische en geopolitieke doelen nastreeft. Het land leeft al tientallen jaren met sancties, hoge inflatie en druk op de munt. In maart 2025 bedroeg de inflatie 37,1%, en de munt zakte tot 1.000.000 rial per dollar. Toch leidde dit niet tot een grote strategische terugtrekking. Met andere woorden: economische pijn heeft Iran er tot nu toe niet toe gebracht zijn kernstrategie volledig op te geven.
Op militair vlak hebben de gebeurtenissen van 2024 wel duidelijker gemaakt waar de grenzen liggen. Het proxynetwerk van Iran bleek niet voldoende om Israël ervan te weerhouden militaire actie tegen Iran zelf te ondernemen. Bovendien leken de kosten voor Israël om doelen binnen Iran te raken relatief beperkt. Dat creëerde een nieuwe en ongemakkelijke realiteit voor Teheran. De Atlantic Council stelt dat het strategische landschap in het Midden-Oosten begin 2025 veranderd was en dat Iran kwetsbaarder was dan zijn leiderschap besefte.
Volgens de analyse van Reset DOC leek Iran daardoor te verschuiven van regionale expansie naar strategische beheersing. Dat betekent dat Iran minder nadruk lijkt te leggen op verdere uitbreiding van invloed en meer op het behouden van wat nog haalbaar is. Daarbij komt pragmatisch uithoudingsvermogen meer centraal te staan dan ideologisch leiderschap. Deze evolutie wijst erop dat Iran opnieuw bekijkt welke negatieve gevolgen nog aanvaardbaar zijn, vooral omdat zijn regionale positie verzwakt is.
Ondanks zware militaire confrontaties en eerdere bombardementen op vitale infrastructuur, toont Teheran aan de onderhandelingstafel in mei 2026 weinig angst. In plaats van in te binden, hanteert Iran een maximalistische onderhandelingsstrategie. Het regime eist dat de VS eerst cruciale hefbomen (zoals sancties en de marineblokkade) opgeeft voordat Iran definitieve concessies doet. Dit wijst op een zeer hoge risico-tolerantie; het regime durft de besprekingen te vertragen of zelfs te riskeren dat ze mislukken om een voor hen gunstigere deal af te dwingen.
Deze houding in de vredesbesprekingen laat zien dat het regime in Teheran niet capituleert onder druk, maar de voorkeur geeft aan een gevaarlijk spel van berekende escalatie. De risico-appetijt is groot genoeg om militaire confrontaties te riskeren, gedreven door de overtuiging dat hun geopolitieke leverage (uranium, de Straat van Hormuz en regionale proxies) de tegenpartij uiteindelijk zal dwingen tot substantiële economische en strategische toegevingen.
