| De oorlog in het midden oosten maakt zaken duidelijk over het risicoprofiel van de drie belangrijkste aanwezigen in de regio: Iran, China en de USA met haar militaire vloot. In dit eerste deel van een tweede mini-reeksje schets ik aspecten van het risicoprofiel van China – hun risicoappetijt en risicotolerantie. | In deze tekst geef ik mijn eigen opinie, niet die van enige organisatie. |
Auteur: Manu Steens
Inhoudsopgave
A. Risicotolerantie bij het nastreven van doelstellingen
Sinds Xi Jinping aan de macht is, is China steeds meer bereid om risico’s te nemen. Dit hangt samen met de groei van het Chinese leger en de economie. Volgens de Council on Foreign Relations heeft deze snelle groei ervoor gezorgd dat Beijing meer risico’s durft te nemen in zijn buitenlands beleid. China heeft bijvoorbeeld de Zuid-Chinese Zee gemilitariseerd, gevochten in grensconflicten met India, en economische druk gebruikt tegen buurlanden.
China’s Nationaal Veiligheidswitboek uit 2025 (gepubliceerd in mei 2025) zegt dat Beijing klaar is om de huidige onzekere wereldsituatie te gebruiken om zijn eigen belangen te versterken. Volgens onderzoeksbureau MERICS zal China minder snel compromissen sluiten en zal het proberen zijn invloed buiten de eigen grenzen uit te breiden, vooral als het vindt dat zijn nationale veiligheid wordt bedreigd.
Analisten noemen Xi een “risiconemer, maar niet roekeloos”. Dat betekent dat hij bereid is gedurfde beslissingen te nemen, maar ook pragmatisch genoeg is om van koers te veranderen wanneer dat nodig is. Als hij een fout moet herstellen, doet hij dat meestal op een manier waarbij hij zijn gezag niet verliest.
B. Comfort met onzekerheid
Op de lange termijn kan China goed omgaan met onzekerheid. Maar op korte termijn wordt dat lastiger door economische druk en zorgen over de politieke steun voor de regering. Xi Jinping’s aanpak wordt ook wel “strategisch geduld” genoemd. Vooral met het oog op Taiwan betekent dit dat hij bereid is te wachten, zolang dit het risico op een directe militaire confrontatie verkleint. Volgens The Diplomat volgt China een strategie om “Taiwan te winnen zonder te vechten”: het zet militaire druk in als afschrikking, terwijl de echte inspanning zich richt op economische en technologische overheersing.
Het Foreign Policy Research Institute waarschuwt echter voor een “sluitend venster”: Chinese leiders zien dat wachten zelf ook risico’s met zich meebrengt, bijvoorbeeld door vergrijzing, schulden en interne onenigheid. In de whitepaper van 2025 wordt economische groei ondergeschikt gemaakt aan veiligheid, en wordt het innemen van Taiwan gezien als noodzakelijk voor het voortbestaan van de Communistische Partij. Deze tijdsdruk kan ervoor zorgen dat China minder comfortabel wordt met langdurige onzekerheid.
Op economisch vlak merkt onderzoeksinstituut Brookings op dat Xi zijn aanpak van risico’s heeft aangepast. Hij focust nu meer op de eigen, binnenlandse economie. Hij neemt daarbij het berekende risico om te investeren in hightech, in plaats van de vastgoedsector te redden. Op termijn moet dit de Chinese economie sterker maken.
C. Tolerantie voor mogelijke negatieve gevolgen
China heeft laten zien dat het bereid is economische pijn te verduren, bijvoorbeeld tijdens de handelsoorlog met de Verenigde Staten. Zo voerde het beperkingen in op de export van gallium en germanium, en trof het sancties tegen Amerikaanse bedrijven. Beijing toont hiermee dat het bereid is aanzienlijke economische kosten te dragen als het zijn belangrijkste belangen wil verdedigen.
Wat militaire risico’s betreft, blijven Taiwan, de Zuid-Chinese Zee en Tibet/Xinjiang de belangrijkste “rode lijnen” voor China. Foreign Policy merkt op dat Xi soms bewust crisissen aanwakkert om westerse landen af te leiden, te verdelen en uit te putten. Dit wijst erop dat China bepaalde indirecte risico’s bewust accepteert. Toch zal China waarschijnlijk niet accepteren om een directe, grootschalige militaire oorlog te verliezen; dat begrenst hoe ver het land wil gaan in een gewapend conflict.
MERICS merkt op dat Beijing, ondanks de economische neergang, bewust blijft investeren in industriebeleid. Het accepteert dus economische pijn op korte termijn, in ruil voor strategisch voordeel op lange termijn. Dit toont aan dat China een hoge tolerantie heeft voor negatieve economische gevolgen op korte termijn.
